Saskia De Coster

Saskia De Coster is niet de klassieke boekenwurm die zich als een kluizenaar enkel met boeken omringt. De literatuur dwingt haar regelmatig om van achter haar schrijftafel te komen en uitstapjes te maken naar beeldende kunst, video, performance en theater. Samenwerken, synergie en inspiratie vormen voor haar een hoofdstuk apart. 

Wat is jouw directe link met kunst?

Ik werk vaak samen met kunstenaars. Ik heb dat nodig, omdat het mij telkens weer ergens anders brengt. Het manuscript van mijn laatste boek heb ik aan Rinus Van de Velde gegeven. Hij heeft daar in Bozar een grote wandtekening bij gemaakt. Met Nicolas Provost maakte ik een grapic novel, en met Arne Quinze heb ik onder andere twee boeken en twee films gecreëerd. Dergelijke samenwerkingen voeden mij. Ik wil een bepaalde directheid brengen in alles wat ik schrijf. Beelden zijn altijd direct: bij een beeld kan je duizenden woorden vertellen, maar het werk zal niet vervagen. Ik probeer een ervaring altijd zo dicht mogelijk te benaderen, met woorden of met een beeld.

 

Gebeurt het soms dat een kunstwerk jou zodanig inspireert dat je het verwerkt in een boek?

Schrijvers zijn geen boekenwurmen die enkel inspiratie putten uit boeken. Het visuele is voor mij minstens even belangrijk. Ik zie de situatie letterlijk voor me, terwijl ik aan het schrijven ben. En een kunstwerk kan me op een bepaald spoor zetten. Mijn laatste boek 'Wat alleen wij horen' is bijvoorbeeld gebaseerd op 'The House of Opportunity' van Michaël Borremans. Het werk toont een man die naar een maquette kijkt van een appartementsgebouw waarin honderden kleine raampjes verwerkt zijn. Een persoon die vanop een afstand naar ‘dat gebouw’ kijkt, en in al die gelijkenissen toch verschillen ziet: daar gaat mijn boek over.

 

Teken of schilder je ook zelf?

Vroeger was ik altijd met tekenen, schilderen én literatuur bezig. Voor mij was dat één wereld. Als kind hebben mijn ouders een ateliertje ingericht in het tuinhuis, zodat ik buiten mijn ding kon doen, met het volkladden van muren als gevolg. Ik vond het fijn, omdat ik daar helemaal omgeven was door mijn eigen wereldje. Later heb ik les gevolgd aan de academie, en installaties gemaakt, maar ondertussen bleef ik schrijven.

Wat doet kunst met jou?

Me even naast mezelf plaatsen. Ik zit 24 uur per dag in mijn eigen hoofd opgesloten. Kunst gaat over een andere vorm van bestaan. Het is een deur die je toelaat om ergens anders naartoe te gaan.

 

Wat vind je van de idee om kunst te huren?

Werken selecteren via de website, kan je vergelijken met een bezoekje aan de supermarkt. Het aanbod is enorm, en dat vind ik goed. Het gaat veel verder dan het klassieke stilleven. Naast bekende namen zit er ook jong, fris talent tussen, dat ook wordt aangespoord om zich aan te melden. Als je in de collectie grasduint, wordt je nieuwsgierigheid voortdurend geprikkeld. Je kan dus zelf nieuwe ontdekkingen doen. Bovendien heeft kunst huren iets vrijblijvends: als je het niet goed vindt, breng je het terug en ruil je het in voor een nieuw werk. En dat voor de prijs van één cocktail. (Lacht.)

 

Koop je zelf kunstwerken aan?

Zeer zelden. Ik heb werken van Veronika Pot en Robert Devriendt, maar dat zijn mensen die ik persoonlijk ken. Als ik bijvoorbeeld een foto mooi vind, en er 1000 keer naar kijk, verliest ze haar frisheid. Dan wordt het behangpapier en gaat het op in de muur. Maar soms kan je zo’n sterke klik hebben met een kunstwerk, dat je het per se wil kopen. Ik heb dat met boeken, hoewel ik ook zeer veel ebooks lees. Als ik er klaar mee ben, mag het weg. Dat geldt voor alle boeken, behalve voor de papieren varianten die waarde voor me hebben, omdat ze me hebben beïnvloed. Ik bewaar ze zoals je knuffelbeesten bewaart.

 

Vind je het belangrijk om het verhaal van een kunstwerk of een kunstenaar mee te krijgen, of vind je dat een werk voor zichzelf moet spreken?

Vroeger dacht ik dat een woordje uitleg niet nodig was. Maar dat heeft te maken met gewenning. Als je nooit eerder koffie hebt geproefd, denk je bij de eerste sip: bitter en vies. Het interesseert me intussen dus wel om begeleid te worden bij het kijken naar een kunstwerk, en zo dingen te ontdekken die ik zelf misschien niet zou zien.